5. Nabehandeling van het paard

Na behandelen worden 3 fases onderscheiden

  1. Rust. De eerste week (of paar dagen) na de behandeling wel weidegang of onbelast stappen. Paard niet berijden. Het paard heeft dan ook minder krachtvoer nodig. Tenzij het paard veel energie verbruikt om de problemen in het lichaam op te lossen. Dan mag het op vol rantsoen blijven. Veel ruwvoer is in deze en volgende perioden ook belangrijk
  2. Gedurende 1 week. Ontspannen voorwaarts-neerwaarts rijden. Paard moet zijn rug weer leren gebruiken tijdens het werk. Wel contact houden met de mond tijdens deze trainingen, maar niet het paard bij elkaar drijven. Een goede afwisseling in deze periode zouden buitenritjes en korte wandelingen zijn. Hierbij niet de teugels helemaal losgooien, maar licht contact houden. Dit is nodig voor de balans van het paard. 
  3. Progressieve opbouw. Na 2 weken heeft de behandeling zijn volledige inwerking gehad en heeft u het paardenlichaam de kans gegeven zich door rust en ontspannen arbeid te ontdoen van afvalstoffen en verzuringsproducten. Vanuit de ontspanning kunt u uw paard  nu weer gaan opbouwen naar uw trainigsniveau. Het principe hierbij is dat het paard de ene dag een goede training op niveau krijgt, wat de volgende dag gevolgd wordt door een hersteltraining. Dit om een goede trainingsopbouw te krijgen zonder verdere verzuring of afbraak van energie in plaats van opbouw.